Friezen Carrousel Groep Walcheren

De fries... Een paard vol gratie, kracht en schoonheid!

Exterieur van de fries

Het Friese paard is in zijn voorkomen door de eeuwen heen nagenoeg steeds dezelfde

gebleven, ook al stelden de verschillende episodes in haar geschiedenis ook soms

heel verschillende eisen.

 

Kenmerkend daarin zijn een aantal elementen die zich met woorden moeilijk laten

omschrijven, maar alles te maken hebben met begrippen als adel, fierheid en trots.

Het zijn precies die kenmerken die de Fries vanuit zijn eigen volksaard en vanuit zijn

eigen geschiedenis zo graag in zijn lievelingsdier terugziet, als was het dier in levende

lijve een afspiegeling van zijn eigen persoonlijke geschiedenis....
Is het de majesteitelijke zwanenhals, het donkere vriendelijke oog, of zijn het de lange

zwarte manen en de lange golvende zwarte staart die het dier zijn aristocratische

uiterlijk geven?


Waarschijnlijk is het niet één onderdeel afzonderlijk maar het geheel van de delen, dat bij de mens een associatie oproept aan dingen uit een ver verleden, toen trouw en deugd nog ridderlijke eigenschappen waren....

Als we de huidige inspectie van de Koninklijke Vereniging Het Friesch Paarden-Stamboek  vragen hoe een Fries Paard er uit zou moeten zien, dan is het eerste wat hij zegt: Zwart!
Witte aftekeningen worden in de fokkerij van het Friese paard als niet gewenst beschouwd, of het moet beperkt blijven tot enige witte haren voor het hoofd, of hoogstens een klein kolletje.
Kleurslagen in zwart zijn
mogelijk, als het maar zwart is.


Het liefst wordt de gitzwarte kleur gezien, maar die is zeldzaam. De meeste Friezen zijn koolzwart en ook ziet men wel bruinzwart of zomerbruin als de zwarte kleur door de inwerking van de zon en zweet op sommige plaatsen neigt naar bruin.


Een Fries paard met enige vorm van witte aftekening wordt op driejarige leeftijd dus niet ingeschreven in het Stamboek.

Behalve de zwarte kleur zijn de weelderigheid van de manentop, de manenkam, de staart en de vetlokken aan de benen belangrijke raskenmerken. Het hoofd moet niet groot of lang zijn en het oog helder en vriendelijk. De oren liefst niet te groot en attent en met de punten iets naar binnen wijzend. Het hoofd moet adellijk zijn en sprekend. De hals niet te diep uit de borst en van voldoende lengte en niet te zwaar. Samen met de nek moet zij in de bovenlijn een sierlijk verheven ronding tonen, de 'kap' en daardoor de indruk wekken van de hals van een zwaan. De schoft moet goed ontwikkeld zijn en voldoende doorlopen in de rug. Een schofthoogte tussen de 1.58 en de 1.65 m. is een mooie hoogte voor een Fries paard. De schouder liefst lang en niet steil. De rug goed bespierd en ook niet te lang, wat nogal eens voorkomt.


De verbinding van rug via de lendenen naar het kruis is heel belangrijk. Zij moet voldoende sterk zijn om de opgewekte energie vanuit de achterhand over te brengen naar de voorhand.
Het kruis moet enige helling hebben en van voldoende lengte zijn. Het beenwerk is heel belangrijk: Het moet in alle opzichten correct zijn en voldoende hard en droog.

Veel aandacht is de laatste jaren in de fokkerij van het Friese paard gevestigd op de kwaliteit van de beweging. Zo is het belangrijk, dat een Fries paard beschikt over een goede stap: Deze moet ruim zijn en voldoende souplesse tonen
.
Het bewegingsmechanisme wordt gekenmerkt door een verheven vooruitgrijpende beweging van de voorbenen met schoudervrijheid en knieactie, die mogelijk gemaakt wordt door een voldoende sterke stuwende en dragende achterhand. De draf moet vooral ruim zijn.
Door een streng selectieproces van honderden jaren zijn ook deze bewegingseigenschappen diep verankerd in de erfelijkheid van het Friese paardenras.

 Dat geldt ook voor het unieke karakter van het Friese paard: levendig, intelligent, eerlijk en trouw, altijd bereid om te werken, maar trots als de Friezen zelf...!!!!